Ergens in de stille oceaan ten zuidoosten van onze locatie scheen er een eiland te bestaan dat bekend stond als 'Secgelucio'- de plek van het geluk. Het was onbewoond. Geen mensen.

De mythe verhaalt over vogels die aan bomen groeiden. Zij begonnen als veertjes laag bij de grond en bij volle wasdom van de bomen waren het volwassen vogels geworden. Ze zouden grote hoogtes bereiken maar hadden besloten nooit weg te vliegen. Een sociaal democratisch besluit om het groepsgeluk in stand te houden want gelukkig waren deze jongens (en meisjes). Het moment van wegvliegen - het bijna vertrek - werd door hen als hoogste goed beschouwd inzake geluk.

De 19e eeuwse filosoof professor L. Biradou, stichter van 'Nabugel' (het gelukkige eiland), gelegen in de buurt van het eiland Secgelucio, sprak in één van zijn toespraken de wens uit om een Secretariaat op te richten om de Gelukkige Vorderingen van zijn natie te onderzoeken.

Hij geloofde dat het begrip geluk op zoek is naar schoonheid en bijzonderheid. Naar zijn inziens wil geluk uitzonderlijk zijn.

Ze moesten daarom het geluk in de gelegenheid stellen om gebruik te maken van koerswijzigingen tijdens zijn zoektocht en zodoende deze 'nieuwe bepalingen' op te leggen aan de maatschappij.    

Een geluk dat zich dus telkens wil herdefiniëren. De reden waarom de voorwaarden die het geluk stelt aan haar inwoners aan voortdurende veranderingen onderhevig zijn.

Op initiatief van de professor kwam er een wetboek van het geluk voor de inwoners van Nabugel. Een wetboek waarin van tijd tot tijd alle geluksvoorwaarden, regels en protocollen werden beschreven.

Het land kende in zijn hoogtijdagen 1.624 inwoners waarvan er uiteindelijk velen gedwongen het vaste land opzochten omdat zij niet aan de geluksvoorwaarden voldeden. Helaas zou aan het eind van de negentiende eeuw de zee de overgebleven gelukkigen meenemen naar de donkerblauwe bodem van het ongeloof.