De Staat van Oplichting verkoopt stukken land. Deze gebieden zweven op verschillende hoogtes boven de aarde (variërend van zes meter tot zesduizend meter boven de grond).

Er zijn drie categorieën van land en verkoop:

1e categorie Een los stuk land waarvan de koper de enige eigenaar zal zijn. De losse stukken land zijn schaars in aantal en de afmetingen zijn aan de bescheiden kant waarbij moet worden opgemerkt dat de grootte van het land variabel is.

Overige betalingsbelangen:

1. Vooraf bepaalt men de prijs van het land. Men betaalt voor de waarde van het moment van kopen waar tien procent extra bovenop komt. Dus men betaalt het aantal vierkante meters plus tien procent extra van het totale bedrag. De tienprocentregeling is een extra beschermer voor de verkoper indien het land enorm in omvang zal toenemen en het grootteverschil, en dus ook de waarde, aan het eind van het jaar enorm is toegenomen.

2. Men bepaalt ook pas na één jaar de prijs van het land. Hierbij wordt de gemiddelde grootte berekend. Een peiling vindt elke twee maanden plaats. Men kan in die tussentijd 'bij verlies van land' het land verkopen aan de Staat.

 

2e categorie Een stuk land dat schuin loopt (maximale stijgingspercentage van 25 procent). Een land van de tweede categorie begint op minimaal zes meter hoogte en kan eindigen tot een paar honder meter boven de grond (met een maximum tot 364 meter). Het grote voordeel is dat het zeer aangenaam vertoeven is bij gunstige weeromstandigheden.

Het land wordt opgekocht door de zogenaamde optieregeling: een land wordt gekocht door maximaal negen optiegerechtigden. Zij verdelen in een optiecontract het aantal minimale uren van verblijf op het land.

Overige betalingsregelingen:

1. Het land is opgedeeld in 'hoogte' opties. Elke participant ontvangt vier keer per jaar negen optiehoogtes van één tot negen. Men kan vooraf bij de eerste periode van 81 dagen zijn opties verdelen. De notaris maakt een lijst van waarden voor elke dag waarop de optiegerechtigde met hoogste-optie-aanspraak het meest aanspraak maakt op het voor hem meest gunstige tijdstip van aanwezigheid met de duur van twee uur. Een dag is dan ook ingedeeld in 18:2 uur waarbij de 'loze' zes uren als overlappingsuren gelden. Deze regeling geldt voor de twee even periodes.

2. De oneven periodes worden bepaald door hetzelfde optiewaardesysteem. Het verschil is echter dat de participanten allemaal op het land kunnen verblijven, maar de optie-inzet bepaalt op welk stuk land men kan vertoeven. Het land wordt in deze periodes opgedeeld in daggrenzen.

3. Het land wordt dus beheerst door vier periodes singuliere bewoning. Vier periodes van 82 dagen waarbij men uitkomt op een totaal van 328 dagen. De overgebleven 36 dagen zijn optievrij. Hetgeen inhoudt dat elke participant mag verblijven op het land. Overigens volgen op een periode negen optievrije dagen.

3e categorie Een stuk dat door zes personen vast bewoond wordt in het startjaar. Een land dat u dus in het begin moet delen. Voor het stuk grond geldt een rolatiesysteem van zestig dagen. Men dient zorg te dragen voor het stuk grond waar hij op dat moment verblijft. Het grote voordeel is dat u gezamelijk van uw stuk grond geniet. De zes periodes worden gekenmerkt door een overgang van één dag. Het zijn dagen dat de zon niet ondergaat. Overigens is het klimaat in deze gebieden stabiel, maar wel in elk gebied totaal anders.

Betalingsregelingen en vervolg bezitprocedure:

1. Elk gebied kent zijn eigen belastingregeling en hypotheekaflossing die onderling minimaal verschillen. Het bedrag dient aan het begin van een periode te worden overhandigd aan de notaris. Na één jaar is het land uw gedeelde bezit.

2. In het tweede jaar kunt u een participant uitkopen in samenspraak met de notaris. In het derde jaar kan de tweede uitkoop beginnen en in het vierde jaar kunt u zelfs alleen eigenaar worden van het land.

Grond
Obligatie
Contact
Instellingen en bedrijven